Wim Opbrouck over ‘Het hout’ en over zijn filmambities

Het Filmfestival van Oostende heeft net bekendgemaakt dat Wim Opbrouck de nieuwe master wordt van het festival.  Een mooie keuze, vinden wij.  Ook al is Wim in eigen land eigenlijk bekender voor zijn theater-, muziek- en tv-werk dan voor wat hij tot nu toe op het grote scherm heeft gedaan. En dan zwijgen we nog over zijn grafisch werk waarmee hij naar onze smaak veel vaker moet tentoonstellen.  Jawel, hij was zeker overtuigend in ‘Café Derby’ en in ‘Bowling Balls’ en ‘Frits en Freddy’, en we vergeten ook niet dat hij al meer deed dan door het beeld lopen in  ‘Meisje’ of nog langer geleden, in ‘Manneken Pis’, en dat hij tegenwoordig veel meer Nederlandse en vaak hooggewaardeerde films doet (‘Boven is het Stil’, ‘Kan door huid heen’ en binnenkort ‘Cobain’) maar de grensverleggende Vlaamse film, in welke functie dan ook, heeft hij nog niet op zijn CV.  Maar dat komt.  Wim heeft immers sinds kort subsidie binnengehaald voor ‘Het hout’, de bewerking van de gelijknamige roman van Jeroen Brouwers, die hij zelf zal helpen schrijven en regisseren, en ook zal produceren.  Meer zelfs, zoals hij enkele jaren aan het hoofd stond van een toneelfabriek, of met de Dolfijntjes al een kleine eeuwigheid een dolfijne muziekband aanvoert die op festivalweides al wel vaker voor aardschokken heeft gezorgd, zo wil hij, naar het voorbeeld van Kevin Spacey en George Clooney een eigen productiemaatschappij runnen. Die is er al : ‘Koud in Alaska’ heet ze.  En met ‘Het hout’ wil hij de boel helemaal in de fik steken.  Als hij zijn vuurtje goed aan de praat krijgt, heeft hij meer ambities.  Dus hopen maar dat hij de hele Vlaamse film in vuur en vlam kan zetten. Te beginnen met zijn mastership in Oostende. Wij hadden een uitgebreide babbel met deze culturele veelvraat die werkelijk van alle walletjes eet. Schaamteloos en trots.  Zo hebben we ze graag. Het Filmfestival van Oostende heeft een mooie kop voor op de affiche.

 

Dit is nog maar het begin van onze lange babbel met Wim.  Er komt de volgende weken nog meer.  Maar vandaag laten we hem vooral aan het woord over ‘Het Hout’, een film waarom hij grenzen wil verleggen. Als we het goed horen wil hij een film gaan maken op zijn hoogst eigen manier.

Onze man deed naar goeie gewoonte alles in zijn eentje en merkte niet op dat zijn camera bij momenten scherp stelde op de buik van Wim in plaats van zijn gezicht. Stoort het u, sluit dan gewoon de ogen terwijl hij met volle passie vertelt.  En anders lees zijn integraal uitgeschreven betoog hieronder.

REVOLUTIE IN FILMLAND

“Een film is zo’n proces van compromissen sluiten, van soms afzwakken, door middelen, soms door inhoudelijke discussies. Mensen maken soms dertig, zestig drafts van een scenario… Mijn mening daarover is dat het dan vaak minder wordt. Maar goed, dat hangt af van project tot project, sommige scenaristen moeten ook 8 jaar sleutelen, schrijven tot het kan. Ik geloof in het debat, een beetje de manier waarop je er in het theater aan werkt. In het theater heb je veel meer een collectieve drive, van alle betrokkenen om gans dat spel tot een einde te brengen. Film zijn versplinterde verantwoordelijkheden. Iedereen heeft zijn departement , iedereen heeft zijn job.  Wat ook prettig is. Je komt daar toe, je kent je tekst of je kent hem niet en je loopt niet tegen de meubelen. Dat is intussen ook een beetje achterhaald. Je voelt ook dat acteurs  … Kevin Spacey regisseert, speelt mee, ik zeg nu maar onmiddellijk het hoogste, in ‘House of Cards’.”

Wim Opbrouck : ‘Er is 1 vrouwenrol. 1.’

“Als ik zie in aftitelingen wat George Clooney allemaal producet, films die je niet zou verwachten. Er zijn zeer veel acteurs die meer dan het louter uitvoerend werk op zich nemen. Bij mij gaat het niet om een one-off, ik ga eens vlug een scenario’tje schrijven. Neenee, ik trek gans de kar op mij. En het uitvoerend producent zijn, en het zoeken van partners en het zoeken van financiële middelen, gans de boel vertrekt vanuit hier. Ik zou het nog meer willen doen. Maar ik hoop dat dit al tot een goed einde kan gebracht worden.

Jeroen Brouwers is zeer verheugd met dit project. Ik had dat niet verwacht.  Maar hij is zeer blij dat dit gebeurt.  

Hij had ooit nog eens aan Stijn Coninx gedacht, maar goed, ja, als mensen er niets mee doen. En hij had ook niet verwacht dat ik met ‘Het hout’ zou komen aanzetten. Het is niet simpel hé. Je botst op een thematiek die kan afstoten omwille van de hardheid.  Je botst ook op bruine pijen. Maar er is  in het boek, en dat vind ik heel belangrijk, er is  in de hele wereld van mannen, broeders, jongens, testosteron, bevuilde zakdoeken, wit gesteven was, is er één vrouw, de mooiste vrouwenrol ter wereld, daardoor, Patricia. En die vrouw speelt een heel cruciale rol in die film. Er is licht.  Er is een zekere lichtheid in dat boek. Er is zwart, maar er is op een rare manier veel humor in.”

 

WIM OPBROUCK IS EEN PITBULL

Het ‘Hout’ gaat over een jongenspensionaat waar een strenge franciscaner orde waakt over de goede zeden en de opvoeding van de jonge adolescenten.

“De verfilming van ‘Het hout’ is lange tijd embryonaal geweest. En als je weet dat ze aan een film als ‘Rundskop’ 6 jaar hebben voorbereid, dan wist ik wel toen ik dit project op mijn rug nam, dat het een lange tocht zou worden.  Maar we zetten nu alle stappen. De scenariosteun hebben we nu gekregen. Dat is zo een mentale klik, ik ben daar heel blij mee omdat het een project is dat bij mij een grote urgentie heeft om te maken. Dat gaat voorbij het plezier van een verhaal te vertellen.

Zelf heb ik tegenwoordig een behoefte aan verhalen die ertoe doen, die een breed maatschappelijk debat uitlokken

, die ergens over gaan, waar je kan over discussiëren, die een puist openduwen die nog niet is opengeduwd. Een onverwerkt verleden ook. Toen we het dossier hebben ingediend kwam ineens die advocaat van Van Gheluwe op televisie die zei : “Het zijn allemaal fantasten.”  Daar is nog heel veel over te doen.  Elke dag bijna komen er nog getuigenissen naar boven. Mensen die beginnen zich te outen.  Dusauchoit was de laatste die zei : ook ik.

 

Ik ontmoette onlangs nog mensen met wie ik over de film praatte en die zegden : “Ik ga alles doen opdat die film gerealiseerd wordt. Omwille van het thema. En omwille van het boek.””

 

 

“Er is nog nooit een boek van Brouwers verfilmd.  Terwijl ik dat van de grootste literatuur vind en zeer verfilmbare literatuur.

Dat zijn zulke goeie boeken. Ik las het en ik zei : ‘Eén van de projecten voor de komende jaren moet de verfilming zijn van ‘Het Hout’. Ik ben een verhalenverteller, op alle gebied. Ik heb al in veel literaire verfilmingen meegespeeld. Ga ik het zelf regisseren? Neen.  Ik ga dat co-regisseren. Maar ik ga wel de kwaliteitsbewaking houden van het project van a tot z : dé zoektocht naar co-producenten, de samenwerking.

Ik wil eigenlijk alleen maar die film maken met zielsverwanten, zowel in de cast als in het maken van het scenario, wat ik zelf schrijf met een klein team.

Dus dat is een kleine eerste stap naar de maan, maar een hele belangrijke. We hebben een goed dossier.  En die film moet er komen, hoe dan ook. Als ik daar aan begin, dan ben ik een echte pitbull.  Dus die film moet en zal er komen. Dat heb ik niet alleen aan mezelf beloofd, maar ook aan Jeroen, met wie ik daar heel nauw en heel dicht over communiceer, en soms ga ik debatteren met hem aan zijn tafel in Zutendaal, ondertussen in Lanaken en dan zegt Jeroen altijd : “Och, je doet, je doet… Jij weet het beter.”  En dan zeg ik : “Ja, Bonaventura,” , het hoofdpersonage, die is eigenlijk in het boek — maar je moet serieus puzzelen om het te vinden, die is 26 jaar. En ik zeg : “Ik zou toch een Bonaventura willen van 45.”  “Dat kan niet! Nee, dat kan niet.” (Lacht). Je voelt een grote gedrevenheid, ook bij hem, dat het verhaal er komt.  Het boek zelf heeft ook gebotst tegen een aantal… de kerk.  Het thema is niet echt wat je ‘sexy’ kunt noemen, als ik het zo mag uitdrukken. Kindermisbruik in de jaren ’50, bruine pijen, een klooster. Maar tegelijkertijd is het zo een soort… Het heeft iets van ‘Des hommes et des dieux’ bijvoorbeeld, maar dan in het negatieve. Je ziet zo de arena van een broederschap. Het zou een soort ‘In the Name of the Rose’ kunnen zijn.  ‘In the Name of the Rose’ meets ‘Harry Potter’ meets ‘Schindler’s List’. Dat zou het allemaal kunnen worden. Een heel hard verhaal maar met Brouwersiaanse humor. En de reden dat ik het zelf wil schrijven is dat ik er heel veel goesting voor heb om dat boek even goed te maken als de film, en de film even goed als het boek. Want dat is zo’n eeuwige discussie :

‘Is de film beter dan het boek? Of de boek beter dan de film?’ Ik wil dat dat samenvalt. Dat is mijn ambitie.

Als je de film ziet en je kent het boek, dat je zegt : ‘De film is perfect.’ Dat is de lat hoog leggen.  Dat is ook zeer moeilijk. Omdat je verbeelding zo krachtig is dat het zeer lastig is om daar een cinematografisch antwoord op te vinden. Maar zover staat het daarmee. De pennen worden in de inkt gedoopt en het schrijfproces is aan de gang.  Het is een tocht die lang duurt.”

“Ik zou het graag binnen de drie jaar realiseren, omwille van de urgentie.  

Het brandt in mij om dat verhaal te vertellen. Het is geen aanklacht. Mensen die het boek gelezen hebben ook… Het is geen aanklacht tegen de katholieke kerk.  Het is eigenlijk ook, naast het verhaal over kindermisbruik een heel goed verhaal, een herkenbaar verhaal ook : Man zit vast in een religie, in een structuur, op een werk, wil daar weg… Iedereen kent dat : ik wil iets anders. Maar ik beweeg niet, daarom en daarom.  Als ik nu mijn werk opgeef, dan heb ik geen inkomen meer, maar je moet de stap durven zetten. En ook praten. Wie durft er de klok te luiden? Wie durft er naar buiten te komen met dat verhaal?  En dat dan versus een broederschap. En dan heb je die hele jonge jongens die daar een belangrijke rol in spelen. Het speelt zich af op veel niveaus af die allemaal interessant zijn en die eigenlijk breder zijn dan de kerktoren. Een verhaal dat nu eigenlijk overal gebeurt. We hadden het project nog maar ingediend of in Engeland kwam alweer een schandaal naar boven in sportclubs, in Duitsland zijn er honderden mannen die zich hebben ge-out omdat ze misbruikt geweest zijn in het kinderkoor.

De fictie zou hier kunnen doen wat justitie vaak niet meer kan, omdat veel van die dingen verjaard zijn.

Plus het is ook behapbaar in die zin, bekijkbaar, te verteren. Omdat het met een soort afstand geschreven is.   Je kijkt eigenlijk een beetje naar een verhaal uit de jaren vijftig, vlak na de tweede wereldoorlog.   dat bijna een metafoor wordt voor de problematiek. Want het is wel hard hé, het is een hard thema.  Dus je moet ook zien : Willen we dat zien?   Die thema’s die ik dan een beetje mis hier.

Het is niet autobiografisch. Het is ook niet zo van : ik wil nog per se een film maken. Als je zo een beetje ziet wat ik doe, op vele gebieden ben je een verhalenverteller en je gebruikt het medium dat je het beste past. Je maakt ook samenwerkingen die dat mogelijk maken. En ik merk in samenwerkingen of in gesprekken met regisseurs dat die ook goesting hebben om de handen in mekaar te slaan en aan één verhaal te werken, wat eigenlijk voor mij helemaal geen autobiografisch verhaal is. Ik kom uit een totaal ander milieu. Een Atheneum-milieu. Een vrijheid-blijheid-sfeer.  Daar waren zeker geen broeders die in het broekje naar iets op zoek waren.

Ik ben vrijzinnig opgevoed. Het is geen afrekening voor mij.

Maar ik wou vooral… Als door een blikseminslag… Toen ik dat boek las… Ik dacht : dit, Brouwers, zijn manier om de horror te beschrijven op een… Je hebt zo ‘Bezonken Rood’, dat gaat dan over de horror in de Jappen-kampen, de Japanse concentratiekampen… Hij slaagt erin om dat te beschrijven met een soort lichtheid, waardoor je het eigenlijk ook kunt verteren. En die urgentie was nog het grootst. Het is niet zo van : ik moet nu ook nog per se een film maken. Maar collectief aan een film werken, dat vind ik eigenlijk wel interessant. Het is al te vaak dat ik ergens bij betrokken ben en net zo in een te late fase of… Ik heb al tv-programma’s gemaakt, uit de grond gestampt, ik heb al theaters geleid, ik heb… Heel vaak sta ik aan het begin van het verhaal, aan de bron.  Dat bouw je dan helemaal mee op, je trekt mee die kar en ik miste dat een beetje in de film en zo is dat gekomen.  Je ziet het meer en meer ontstaan, een collectief dat een verhaal gaat vertellen   eerder dan van uit een individuele filmmaker die dan perse zijn verhaal kwijt moet. Dit vind ik een veel groter ding dan mijn verhaal. Het is in het geheel niet mijn verhaal. Het is eigenlijk  een ja, een zeer…, ik zal het woord dan toch maar gebruiken, een universele problematiek,  die het hopelijk ook buiten de landsgrenzen en buiten de kerktoren vertaalt.

En daarom wil ik ook een radicale film maken.

 

Zie ook : 

Lenny Van Wesemael over het personage van Wim Opbrouck, in ‘Café Derby’

Monic Hendrickx over Wim Opbrouck

Wim Opbrouck over ‘Café Derby’ en over heel veel meer

Wim over kortfilms

 

Check Also

In gesprek met de makers van ‘Bad Bad Belgium’!

Sommige dingen leer je niet in de les geschiedenis… De reeks ‘Bad Bad Belgium’ vertelt …